|
Nieuw-Zeelanders hebben een eigen
accent dat zeer sterk gelijkt op dat van de Australiers, alleen is het
iets minder gearticuleerd. Zoals in alle landen is er een wijde
verscheidenheid in de manier waarmee individuelen spreken maar
in het algemeen zijn de Nieuw-Zeelanders vlugge praters die niet alle
klinkers volledig uitspreken of de medeklinkers zelfs gewoon niet
uitspreken. Daardoor klinkt Nieuw-Zeeland soms als : "Noozilan".
Indien U niet begrijpt wat iemand zegt, hoeft U de persoon enkel te
vragen om het iets trager te herhalen.
Nieuw-Zeelanders hebben natuurlijk ook een paar eigen woorden, zoals
daar zijn : ”howzit“ (= how is it), to be “crook“ (to be ill = ziek),
“dairy“ (= een kleine buurtwinkel), a “do“ (= een party of feestje), a
“bach“ (= een vakantiehuisje), “bar-be“ (= BBQ), “chilly bin“ (=
frigobox) en “jandals“ (= pantoffel). Indien U de kans heeft
om op een boerderij te verblijven zal U zeker nog een paar andere
woorden te horen krijgen !
Maori is de
inheemse taal van Nieuw-Zeelands vriendelijke autochtone mensen (de
Maori) en alhoewel het niet aanzien wordt als de eerste taal, komt U
het Maori overal tegen in alledaagse plaatsnamen en kan U het
iedere dag horen op radio en televisie, in de marae (= waar de Maori
samenkomen) en wordt het meer en meer op school aangeleerd en
gesproken. Veel van de plaatsnamen beginnen met een “Wh“ maar wordt
uitgesproken als een “F“ zonder de boventanden te laten rusten op de
onderlip. Zo wordt “Whakatane“ uitgesproken als : “pha-ka-tan-eh“.
Hier volgen een paar Maori-woorden die U zal zien of horen gedurende
uw reis in Nieuw-Zeeland : |